The Iron Fairies

in een doolhof van tunnels, huist een klein nijver volk......
Vanuit Australie zijn de Iron Fairies en de mijnwerkers naar Nederland en Belgie gekomen.
Deze 23 Fairies, elfjes, en 4 Miners, mijnwerkers, hebben allen een eigen naam, en eigen karaktereigenschappen.
De goede Fairies zijn groen en hebben een flesje goudkleurig Magic dust bij zich. De ondeugende Fairies zijn blauw en hebben blauwe Magic dus bij zich. Hun naam staat op het zakje dat je er bij krijgt. In het flesje met Magic dust zit ook een briefje met een gedichtje over de karaktereigenschappen. Ook zit in het zakje een briefje met de Nederlandse vertaling van het gedichtje.
Ze zijn handgemaakt. Wegen elk 250 gram. Zijn zowel geschikt voor buiten als voor binnen.
Tevens horen bij dit verhaal 2 prachtige, Engelstalige,"sprookjes" boeken die het verhaal van de Iron Fairies vertellen. Deze boeken zijn voorzien van veel tekeningen.
De libelle van mijnwerker Jilo hebben we ook in ons assortiment.
‘The Iron Fairies’
In de tuin, onder d’aarde, diep onder de grond,
in een doolhof van tunnels, huist een klein nijver volk
Hier leven zij in hun donkere hof
hun dorpje bedekt door vuil en rood stof
Klein en verrimpeld, tanig en sterk
doen zij daar, in de duistere mijnschacht, hun werk
Jaar na jaar sloven ze; ze graven en zeven
zoeken het magische ijzer met het geheim van het leven
Ze hakken en breken, verpulveren en brengen
het erts in de oven, met het vuur zo verzengend
In roestige vormen wordt het ijzer gegoten
uit het rode roest wordt een elfje ontsloten
Gevormd en gesneden, geschuurd en gehakt
dan in doeken gewikkeld, voorzichtig verpakt
De ene brutaal, de ander meegaand
ieder verschillend; elk haar eigen naam
De tijd is gekomen, alles klaar, alles wacht
om de tuin te bereiken, in het diepst van de nacht
Beschermd door het duister,’Kijk steeds om je heen!
Als het nodig is: rennen, dan verstop je meteen!’
Over smalle paadjes, door ’t donkere groen
onder hoge bomen. ‘Waar gaan we het doen?
Kijk omhoog, laat je leiden, zie op naar de sterren!
zij wijzen de weg; zij zullen ’t vertellen!’
Toen, glanzend en stralend verscheen de zon
met haar glorende luchten al rondom
De vogels zongen, tjilpten en floten:
‘Zie welk een verrassing aan de nacht is ontsproten!’
De warmte van de zon met haar wondere stralen
brengt nu tot leven waarvan wij verhalen
Een wezentje schoon, zo aanbiddelijk puur
te midden van al deze rijke natuur
Haar mantel van roestig rood was verdwenen
een elfje van ’t zuiverste schoon was verschenen!
‘The Iron Fairies’, A.Sutton & S.Wendt bewerkt door Chr.Hemmes.
